Homepagina van de Leefschool


Naar de homepagina

Naar de homepagina van het Atheneum


NIEUW
Klik hier voor de nieuwe infobrochure
Nieuwe infobrochure

Klik hier voor een powerpointvoorstelling over de leefschoolvisie (Auteur: André Defré)

1
Visie op leren: totaliteitsonderwijs door projectmatige benadering

We vertrekken zoveel mogelijk vanuit de leefwereld en de belangstelling van jongeren. Wat boeit hen? Wat houdt hen bezig? Dat zijn de kernvragen van waaruit wij vertrekken. Hierbij brengen jongeren geen echte leergebieden aan, die worden ons door de overheid aangebracht, maar binnen de leergebieden kunnen de jongeren in overeenstemming met hun interesse eigen accenten leggen en aangeven wat zij zouden willen bestuderen. Wij gaan uiteraard graag in op hun wensen omdat we streven naar een sterke band tussen de leerstof en de realiteitsbeleving van de jongeren.

Wij streven naar een goed evenwicht tussen projectmatig en klassikaal onderwijs.
Leerplandoelstellingen worden waar mogelijk binnen het projectmatig werken geplaatst. In samenspraak met de jongeren worden lesonderwerpen gekozen en planningen opgemaakt. Instructies en inoefenmomenten worden daar zoveel mogelijk aan verbonden. Er is dus zowel plaats voor individuele keuzemogelijkheden als voor groepsoverleg. Wat is de taak van de leraar binnen dit gebeuren? De leraar blijft als begeleidende coach een grote aanvullende rol vervullen in de didactische verwerking van de leerinhouden en het realiseren van differentiatie. Hierdoor gaan de jongeren zich ten aanzien van de leerstof, de leraar en de andere jongeren van de groep heel anders verhouden, wat uiteindelijk uitmondt in een kansrijke ontwikkeling van sociale vaardigheden.

De concrete activiteiten worden aangepast in een leerproces dat is uitgetekend voor een langere termijn. Daarom worden de gebruikte leerdoelen ondersteund door actieve werkvormen die gericht zijn op de algemene ontwikkeling van de jongeren. Dit houdt in dat leren voortdurend verbonden wordt aan de buitenschoolse situatie.

Jongeren baseren hun nieuwe kennis en vaardigheden op wat ze al weten en kunnen en dit in interactie met de omgeving. Leren wordt bevorderd door deelname aan situatie- en cultuurgebonden activiteiten en praktijken. Dit houdt in dat effectief leren vertrekt van reële situaties en daarbij allerlei hulpmiddelen gebruikt.

Naar top van de pagina

2
Onderwijs dat vertrekt vanuit de kinderen

In onze leefschool organiseren we de werkvormen zodanig dat er een maximale inbreng is vanuit de leefwereld en de interesses van de kinderen. Leraren bepalen dus niet zelf wat kinderen kan interesseren. Zij komen dit ondermeer te weten door actief te luisteren, kinderen te bevragen en communicatiemogelijkheden te creëren via bijvoorbeeld kringgesprekken en leerlingenfora.

3
Omgaan met verschillen

Methodescholen zetten zich zeer sterk in om zicht te krijgen op de ontwikkeling van elke jongere binnen zijn eigen leefwereld. De verschillende leerinhouden en werkvormen worden afgestemd op de totale persoonlijkheidsontwikkeling. Ook met de verschillen in leerstijlen tussen de jongeren wordt rekening gehouden. Op deze manier kan elke jongere zich zoveel mogelijk ontwikkelen in zijn eigen tempo en in overeenstemming met zijn eigen ontwikkelingsniveau.

Naar top van de pagina

4
Zelfbeeld en persoonlijkheidsvorming

In de ontwikkeling van jongeren wordt uitgegaan van de mens als individu en als gemeenschapswezen. Een harmonische wisselwerking is onontbeerlijk: de individuele persoon moet in de samenleving maximale ontplooiingskansen krijgen. Dergelijke vorming ondersteunt jongeren naar een rijker zelfbewustzijn. Ze biedt hen kansen om zich ten opzichte van zichzelf en van het maatschappelijk gebeuren kritisch op te stellen en geleidelijk aan ook aan de maatschappelijke werkelijkheid te participeren. Ze biedt tevens kansen om een grote weerbaarheid en zelfredzaamheid op te bouwen en om van jongs af te leren om in vrijheid verantwoordelijkheid te dragen.

Onze school wil bij jongeren een positief zelfbeeld ontwikkelen en hun zelfmotivatie bevorderen. Conform deze visie wordt het leren door doceren, door voor- en nadoen, zoveel mogelijk verschoven naar leren door ervaren, door ontdekken en experimenteren, door zelf beleven en zelf sturen, door zelf keuzes te bepalen en het aanvaarden van de consequenties ervan.

Gedragsproblemen worden aangepakt via gesprek, overleg en verwijzing naar de consequenties van de afgesproken regels. Binnen het coöperatieve klasklimaat is er uitdrukkelijk aandacht voor waardeontwikkeling.

Groepswaarden zijn daarbij van groter belang dan de strikt individuele, hoewel de individuele waarden niet uit het oog worden verloren. Coöperatief leren gaat bijgevolg voor op individueel leren. De individuele ontwikkeling wordt niet gezien als een proces dat los staat van de groep, maar wel als een bijdrage aan de groep.

5
Sociale gerichtheid en groepsdynamiek

Leefschool De Tandem gaat uit van een sterke sociale visie. Samenwerking tussen jongeren enerzijds en tussen jongeren en volwassenen anderzijds is de regel en vervangt concurrentiebevorderende werkvormen. Het verrijkt de sociale interactie en leert jongeren omgaan met verschillen. Heterogeniteit wordt dus doelbewust als een meerwaarde begrepen: leeftijdsverschillen, verschillen in interesses, aanleg en ontwikkeling, verschillen inzake competenties… Deze verschillen maken evenzoveel mogelijkheden uit, om aan en van elkaar te leren.

Jongeren worden voortdurend bekeken als individu binnen hun context, maar leren ook leven en werken in heterogene groepen. In een coöperatief leerklimaat staat waardeontwikkeling centraal.

Coöperatief leren gaat vóór individueel presteren. Vandaar het benadrukken van waarden die gericht zijn op solidariteit en wederzijds respect. Ook didactisch gezien krijgt de inbreng van jongeren juist leerwaarde doordat ze binnen een leer- en leefgemeenschap verwerkt wordt en daar dienstbaar aan is. Creativiteit, samenhorigheid, verdraagzaamheid en respect krijgen door deze manier van samenleven en samenwerken veel aandacht.

In onze school streven wij er ook naar dat allen, ook al komen zij uit verschillende sociale groepen, zich hier thuis voelen.

Wij hechten groot belang aan groepsdynamiek op alle niveaus. Jongeren worden tegelijkertijd gezien als lid van de groep en als individuele persoon. De leraar besteedt bij de organisatie van de activiteiten bewust aandacht aan de groepsdynamische aspecten en voorziet ruimte voor de individuele inbreng. De leraar en de jongeren zijn één groep. Samenwerkingsverbanden en mogelijkheden worden niet alleen gecreëerd tussen leraar en jongeren, maar ook tussen de jongeren onderling.

Het coöperatieve beheer beperkt zich niet tot de klas. De jongeren hebben medezeggenschap in de school via allerlei participatieorganen, zoals het klasforum, de leerlingenraad waarbij alle deelnemers aanwezig mogen zijn. Leraren werken onderling samen als een team. Zij hebben vele overlegmomenten en teamvergaderingen om een gezamenlijke visie te bewaken, afspraken te maken i.v.m. projectwerking, jongeren met specifieke problemen goed te begeleiden, jongeren te oriënteren, samen nieuwe ideeën i.v.m. didactiek te bespreken en eventueel uit te testen. Er wordt van hen ook verwacht dat ze ten aanzien van zichzelf en hun werking een kritische noot bewaren. Alleen op deze manier kan het risico op verstarring worden tegengegaan.

De leerling wordt binnen zijn brede context bekeken. Eén van de belangrijke factoren vormt de thuissituatie. Daarom krijgen de ouders ook toegang tot de school. Ouders zijn partners van de school en hebben dus een duidelijke plaats in de werkgroepen en allerhande overlegmogelijkheden.

Elke werkgroep heeft een eigen plaats binnen de school met duidelijke afspraken en begrenzingen.

Naar top van de pagina

6
Basisdemocratie en ouderparticipatie

Onze leefschool wil het ideeëngoed van de basisdemocratie in praktijk brengen.

Participatie en medezeggenschap leiden tot betrokkenheid en verantwoordelijkheidsbesef ten opzichte van zichzelf en van de groep. Wij willen een leerschool in democratie zijn.

Via leerlingenparticipatie wordt aandacht besteed aan heel het schoolgebeuren. Deze betrokkenheid heeft niet alleen tot gevolg dat het verantwoordelijkheidsbesef van jongeren toeneemt, maar ook dat er ruimte is voor creativiteit, autonomie en teamwork. De jongeren ontwikkelen een dialoogcultuur, krijgen een positief zelfbeeld en worden opgevoed tot burgerzin. Respect, verdraagzaamheid, solidariteit en kritische zin zijn waarden die een voorname plaats innemen.

Basisdemocratie betekent ook deelname van alle betrokkenen. Hieruit volgt dat onze school zich openstelt voor de inbreng van de ouders. De verdeling van de verantwoordelijkheden wordt zodanig georganiseerd dat er een goede en effectieve werkcultuur ontstaat. De inbreng van de ouders wordt georganiseerd in overleg. Ouders zijn de “deskundigen van de eigen jongeren” terwijl leraren gezien worden als “ deskundigen van de klasgroep”.

7
Reflectie en zelfevaluatie

Het onderwijs in onze leefschool wil kritisch, reflectief en creatief zijn. Om te kunnen omgaan met de grote verschillen tussen de jongeren en om de zelfsturing te realiseren zijn vele observaties en bijgevolg een goed volgsysteem nodig. Sterk uitgewerkte evaluatie- en zelfevaluatiesystemen zijn daarbij onontbeerlijk. Deze evaluaties geven aanleiding tot overleg met alle betrokkenen (leerling, ouders, andere leraren, externe deskundigen, …).

Zelfstandig werk, bijdragen aan projecten en leiden van groepsvergaderingen worden geëvalueerd in een rapport. Daarin wordt evenveel belang gehecht aan de sociale ontwikkeling, als aan de groei in kennis, vaardigheden en attitudes. Deze rapporten beogen noch de concurrentie tussen, noch de classificatie van jongeren en zijn daarom bij voorkeur beschrijvend. Waar er toch nog cijfers worden gebruikt zal men die uitsluitend richtinggevend aanwenden. Om dit proces op een positieve manier te laten evolueren is teamevaluatie noodzakelijk. Deze evaluatie gebeurt zowel door het team (zelfevaluaties en functioneringsgesprekken) als door de jongeren. Binnen de evaluatie zullen wij zowel aandacht besteden aan de leerstofresultaten als aan de gedragingen van de leerling.
Naar top van de pagina

8
De rol van de leraar

Bij het leren leren stelt de leraar zich op als begeleider. Hij/zij vertaalt de leerplandoelstellingen in reële situaties om de betrokkenheid en de intrinsieke motivatie te verhogen en hanteert verschillende werkvormen om op de verschillende leerstijlen van jongeren in te spelen. Hij/zij geeft structuur aan leeractiviteiten en projecten, stelt uitdagende vragen, verstrekt hulp en feedback aan jongeren waar dat nodig is en houdt rekening met de noden van het individuele kind.

Onze leraren zullen heel wat aandacht besteden aan probleemoplossende activiteiten. Reflecteren over tussenstappen en eindresultaten is eveneens noodzakelijk. Het is ook de bedoeling dat jongeren problemen aangereikt krijgen die ze nog niet autonoom kunnen oplossen. Met de ondersteuning en interactie van een medeleerling of van de leraar slagen ze daar wel in. De leraar houdt het hele leerproces niet meer uitsluitend in eigen handen, maar trekt zich ook nooit volledig terug. Hij/zij blijft aanwezig in het hele leerproces, maar vervult er veeleer een coachende functie. Door zo te handelen worden jongeren aangezet tot zelfsturend en levenslang leren. Een leraar neemt zeer expliciet zijn rol van opvoeder op. Daarom worden van hem ook uitgesproken vaardigheden verwacht zoals luisterbereidheid, empathie, oog hebben voor het welbevinden van de jongeren en de bereidheid om functionele contacten te leggen met de brede context van de jongeren.

9
De school als leefplek

Leefschool De Tandem besteedt bijzondere aandacht aan de materiële uitbouw van de school. De inrichting van de lokalen, gangen en open ruimtes gebeurt volgens de pedagogische uitgangspunten en het interactieve onderwijs dat aan de basis ligt. Omdat de school een plek is waar jongeren en leraren samenleven, gaat in de materiële uitbouw de aandacht ook uit naar gezelligheid en huiselijke warmte. Onze school staat niet los van haar omgeving, maar vervult er een functie in. Daarom staat zij open voor de moderne technologie zoals die aanwezig is in de brede samenleving.